Hij prikt in mijn vinger en drukt een druppel bloed op de teststrip – NRC

Coronatests Heb ik het al gehad? Of was het de griep? Door het restrictieve testbeleid weten veel mensen niet of ze besmet zijn geweest met het coronavirus. Commerciële bloedtests geven inzicht, maar hoe betrouwbaar zijn die? En wat kun je precies met die kennis? Een panel van NRC testte een paar opties. „Auw! Wat een lelijke punaise.” 

Test vanuit de auto bij World Health Laboratories in Bunnik. Raampje opendraaien, vinger uitsteken, en dan wachten tot de uitslag na een kwartier aan het raam wordt gebracht.
Test vanuit de auto bij World Health Laboratories in Bunnik. Raampje opendraaien, vinger uitsteken, en dan wachten tot de uitslag na een kwartier aan het raam wordt gebracht. Foto Dieuwertje Bravenboer

Op het parkeerterrein van het World Health Laboratories, gevestigd op een bedrijventerrein in Bunnik, staan een paar auto’s te wachten. Het is koud en de wind trekt aan de grijze gevelplaten van het pand.

We weten wat we moeten doen, want het protocol is vooraf gemaild, met de factuur van 32,50 euro. Bellen bij aankomst. In de auto blijven. Raampje opendraaien als de medewerker naar buiten komt. Vinger uitsteken voor de prik. Wachten tot de uitslag na een kwartier aan het raam wordt gebracht. En vooraf betalen, graag.

We wachten. Naast ons staat een vrouw die ook wil weten of ze het gehad heeft, „want dan kan ik weer naar mijn moeder”. Haar dochter is mee.

Uit de glazen pui verschijnt een man in witte labjas en mondkapje, met een emmertje in de hand. Het regent inmiddels. „Houtekamer?” Hij zet het emmertje op de grond, balanceert een testdoosje, formaat zwangerschapstest, op de rand van het geopende raam, prikt in mijn vinger en drukt een druppel bloed op de teststrip. Hetzelfde ritueel voor mijn collega Elsje Jorritsma. Bij de auto naast ons waait zijn emmertje om.

De uitslag stelt teleur. Negatief, allebei. Er zitten geen antistoffen in ons bloed. Terwijl Elsje zeker weet dat ze het heeft gehad. Drie weken doodziek, koorts, benauwd, wekenlang pijn in de longen, in maart met Oostenrijkers in de trein gezeten. „Geen twijfel mogelijk”, had de huisarts gezegd, zonder test. Ik had het gehad kúnnen hebben. Verkouden, paar dagen opvallende benauwdheid, geen koorts.

Maar nee. Elsje gromt. „Heb ik voor niks mijn kind negen dagen uit huis gedaan.”

Gat van onwetendheid

Heb ik het? Heb ik het gehad? Ik denk het, of misschien was het de griep, maar de huisarts dacht van wel, en de buurvrouw ook, ik weet niet, ik hoest altijd in maart, ik ben toch maar binnen gebleven, van wie zou ik het gekregen hebben?

Terwijl het nieuwe coronavirus zich elk uur van de dag manifesteert in sterftecijfers, ziekenhuisopnames en reproductiegetallen, weten maar weinig mensen in Nederland of het virus hén heeft gepakt. Het restrictieve testbeleid, ingegeven door schaarste en de gedachte dat testen niet gezond maakt, heeft een diep gat van onwetendheid gegraven. De tienduizenden die afgelopen maanden ziek waren, maar niet in de zorg werken of in het ziekenhuis lagen, weten niet of ze zichzelf bij de statistieken moeten optellen. Pas op 1 juni verruimt de overheid het testbeleid.

De uitslag stelt teleur. Geen antistoffen in ons bloed

Eén manier om dat gat te vullen, is je bloed testen op antistoffen. Daarvoor zijn volop commerciële tests verkrijgbaar: zelftests van het internet, sneltests op industrieterreintjes en duurdere laboratoriumtests met buisjes bloed. De tests zijn in opkomst, het lab in Bunnik doet er tientallen per week, een bedrijf in Losser honderden, en het aantal stijgt.

Het RIVM waarschuwt tegen dit soort tests. Ze zijn niet betrouwbaar genoeg, en bovendien: wat moet je met de kennis? Onduidelijk is of antistoffen immuniteit geven, en je zou er zomaar de anderhalve meter door kunnen vergeten. De Inspectie Gezondheidszorg heeft verkoop van sneltests voor thuisgebruik verboden.


Lees ook: Hoe betrouwbaar is de test?

Maar ja. Is helemaal niks weten beter?

Acht keer kermen

Test twee komt met de post. Ik heb drie stuks op internet besteld, à 19,95 euro, bij de firma Alcoline, leverancier van alcohol- en drugstests. In de envelop zit een uitlegfolder, een plastic doosje uit Hangzhou, een klein flaconnetje buffervloeistof en een hele dikke prikker. We hebben een derde proefpersoon aan het panel toegevoegd: kinderarts Friso Calkoen uit Utrecht, bewezen besmet geweest.

Nu moeten we onszelf prikken. „Wat een lelijke punaise”, moppert Friso. Hij smeert wat bloed op de strip en perst een druppel buffer uit het flaconnetje. Na een paar minuten kleurt het streepje voor een van de antistoffen donker. Friso kijkt tevreden. „Ik twijfelde of ik genoeg antistoffen aangemaakt had, omdat ik weinig klachten had.”

Elsje prikt acht keer kermend in haar vinger voordat ze een druppel heeft. Alleen het controlestreepje verkleurt, net als bij mij. Negatief dus.

De zelftest is van de Chinese firma Safecare Biotech, vertelt de directeur van Alcoline met lichte aarzeling. Hij heeft geen zin in gedoe met inspecties, maar hij ziet ook geen groot verschil met de andere producten die hij bij Safecare afneemt. „ Het is al jaren een betrouwbare leverancier.”

De folder meldt dat de test „90,19 procent” nauwkeurig is. Wat dat betekent voor de gevoeligheid (of de test niet te veel gevallen mist) en voor de specificiteit (of-ie niet te vaak vals alarm slaat), en hoe dat verschilt per antistof, staat er niet bij.

De eerste test uit Bunnik blijkt van de Chinese firma Ringbio. Friso, die er in zijn lunchpauze naar toe rijdt, test er ‘sterk positief’ op. De man in labjas waarschuwt hem dat hij niet per se immuun is.

Oprichter Emar Vogelaar van het World Health Laboratories liet een voorraad sneltests uit China laten komen, die hij „op hun verzoek” bij het landelijk inkoopconsortium had aangeboden, maar die hoefde ze toch niet.
Foto’s Dieuwertje Bravenboer

De betrouwbaarheid is gemiddeld 95 procent, staat in de folder die oprichter Emar Vogelaar van het World Health Laboratories – gespecialiseerd in gezonde voeding – nastuurt. Hij had een voorraad sneltests uit China laten komen, die hij „op hun verzoek” bij het landelijk inkoopconsortium had aangeboden, maar die hoefde ze toch niet. Contact met bloedbank Sanquin, waar hij eerder werkte, leverde ook niks op. „Ik dacht: als ik mensen positief test, kan ik ze doorsturen om bloeddonor te worden. Maar ze accepteren alleen mensen via GGD’s en ziekenhuizen.”

Hij begrijpt het tegengas niet helemaal. „Natuurlijk, dit is een nieuwe test, niet 100 procent betrouwbaar. Maar dat is geen enkele test. En je kunt toch dubbel testen? Drie maanden geleden hadden we nog helemaal niks.”

Speciale moleculen

Het lijkt simpel. Je neemt een lichaam, je neemt een test, en je krijgt een ja-of-nee-uitslag. Maar testen is grossieren in onzekerheid.

De bekendste is de pcr-test, die detecteert of er genetisch materiaal van het coronavirus in je neusslijm of keelslijm zit. Zo ja, dan ben je besmet. Medisch viroloog Mariet Feltkamp van het LUMC in Leiden draait zulke tests, met monsters van ziekenhuizen en GGD’s. „Ze zijn erg betrouwbaar, maar je moet ze wel goed uitvoeren en de tekortkomingen kennen. Het kan dat iemand het virus in de longen draagt, maar dat het niet meer in de keel zit.”

De andere is een bloedtest, die de antistoffen meet die je na een corona-infectie aanmaakt, met IgM en IgG als de bekendste. Het peil van antistof IgM stijgt na de incubatietijd en zakt weer weg, het peil van IgG stijgt later, maar blijft langer hoog.

Op de strips in sneltests zitten moleculen geplakt die je alleen bij dit coronavirus vindt, zegt Feltkamp. Die zijn in twee nette streepjes uitgezet. „Komt er een druppel bloed bij, dan binden de antistoffen uit het bloed op de stoffen op die streepjes. Die kleuren dan donker.” Zo’n test toont aan of je corona achter de rug hebt – de IgG-streep – en of je nog in de laatste fase van de infectie zit – de IgM-streep.

De bloedtest kent onzekerheden. Soms ontstaan er antistoffen door een ander coronavirus die óók reageren op deze test. Maar hoe vaak gebeurt dat en welke test heeft er last van? Kan de test weinig antistoffen na een milde infectie detecteren? Of een heel vroege besmetting? Is een test ‘goed’ als-ie vijf op de honderd besmettingen mist?

Het RIVM zei deze week dat het zestien sneltests had onderzocht. Het vond er niet één betrouwbaar genoeg. Welke tests, maakte het RIVM niet bekend.

Trombosemarkt

Voor test drie rijden we naar een bedrijventerrein bij de Duitse grens, naar Hestia Cardiovascular Service Center in Losser. Het bedrijf is actief op de trombosemarkt, maar biedt nu ook voor 39,25 euro een coronasneltest aan. In de hal wacht een plukje mensen in stilte.

Directeur Xander Schurink wil het helemaal goed doen. De test komt van een degelijk Duitse lab, Nal von Minden GmbH, en heeft een CE-keurmerk en een gerapporteerde betrouwbaarheid van 98,2 procent. Alleen medewerkers of arbo-artsen nemen de test af, naast een uitgebreide vragenlijst. Schurink raadt mensen aan om zich herhaaldelijk te laten testen. Behalve bezorgde particulieren kloppen inmiddels ook ondernemers bij hem aan.

Een van hen is Jurgen Keizers, van productiebedrijf Easy Sanitary Solutions. Keizers heeft eerst een ‘nulmeting’ laten uitvoeren onder zijn 170 mensen, vertelt hij aan de telefoon. „Deelname uit vrije wil, hè.” Hij moest iets, want ineens zaten tien werknemers thuis, en niemand wist of-ie corona had en mensen waren bang. „En dat kost je zo 30.000 tot 40.000 in de maand. Dat gaat niet.”

80 tot 90 procent had geen antistoffen, zo bleek. De positief-getesten belandden in een complexe flow chart van testen en hertesten. Hadden ze nog IgM in hun bloed, dan moesten ze naar huis en een week later weer prikken. Hadden ze alleen IgG, dan konden ze aan het werk.

Iedereen moet zich nog steeds aan de RIVM-richtlijnen houden, zegt Keizers, ook met antistoffen. Hoestende werknemers moeten naar huis, en men moet op het werk niet anderhalve, maar twee meter afstand houden tot elkaar, en als dat even niet lukt moet er een mondkapje op.

Maar wat héb je dan aan die sneltest? „Mensen voelen zich er veilig door”, zegt Keizers. „Het geeft angstige mensen een reden om terug te komen. Ik had een jongen op ’t werk die durfde niet meer te komen omdat z’n moeder iemand had ontmoet met corona. Hij had zelf geen klachten en zijn moeder was ook gewoon aan het werk en wij vonden dat hij moest komen, maar toen raakte de hele afdeling in paniek. Ik dacht: dit is niet werkbaar.”

Zijn werknemers vinden het fijn om te weten dat die jongen die al maanden snottert, dat echt niet van de corona doet, maar van de hooikoorts, zegt hij. „En ik hou zicht op wat er gebeurt in het bedrijf met besmettingen.”


Lees ook: Ondernemer wil vaart maken met snelle bloedtest

Schurink van Hestia: „Het gaat om risicobeheersing. Wie heeft een hoog risicoprofiel, wie een laag, en wie zet ik waar neer? Daar helpen onze testen en onze vragenlijsten bij. Als je twee kabelwerkers bij elkaar in een put moet zetten, wil je echt weten dat de besmetting voorbij is.”

En dat de kennis uit bloedtesten niet compleet is, of onbetrouwbaar? Schurink: „Pcr is ook niet 100 procent betrouwbaar. Deze test is goed en wij raden mensen aan om vaker terug te komen.” Keizers: „Tja. Ik heb een IT’er, die is echt cruciaal voor ons bedrijf. Hij heeft vage klachten en ik krijg geen verwijzing voor een test van de huisarts. Dan ga je wat anders zoeken. Zonder die bloedtests weet ik helemáál niks.”

‘Ik prik mezelf wel’

Test vier. Via de site Bloedwaardentest.nl bestellen we voor 119 euro een heuse labtest, bij het Duitse Medisch Laboratorium Dr. Stein & Collegae. Na een paar dagen ligt er een envelop op de mat met een buisje. Of we die, gevuld met bloed, willen terugsturen in de retourenvelop. Het lab test ons bloed op antistoffen IgG en IgA, al is het nut van die laatste nog in onderzoek. Dat doet het met een elisa-test, volgens viroloog Mariet Feltkamp in principe een betrouwbare methode. Het mechanisme is vaak hetzelfde als de sneltests, zegt ze, maar dan in het groot, en gevoeliger.

Om extra belasting van prikposten te vermijden, stuurt Bloedwaardentest voor twee tientjes een prikker langs. Op het afgesproken tijdstip belt Yellowdoc aan bij de krant, een huisartsdienst voor expats. In een vergaderzaaltje trekt een arts-in-opleiding vakkundig een buisje bloed.

Ik prik mezelf wel, appt Friso.

Na twee weken krijgen we het resultaat. Elsje en ik zijn negatief, Friso is positief. Op zijn afdeling is iedereen jaloers – zijn collega’s willen ook antistoffen.

Wat kunnen we nu met deze kennis?

Het RIVM wijst de huidige sneltests af, zegt woordvoerder Loes Hartman. „Er is een te groot aandeel fout-positieve en fout-negatieve uitslagen. Je loopt kans dat mensen hun gedrag op basis van een verkeerde uitslag aanpassen.” Over de labtests zegt Hartman: „Dat je antistoffen vindt, betekent niet per se dat je ook immuun bent. Je zou je dus onterecht veilig kunnen wanen.”

Maar is íets weten, over de hele linie bekeken, niet beter dan niets? Hartman zegt nee. „Iedereen moet zich aan de richtlijnen en maatregelen houden, ongeacht of je eventueel immuun bent.” Maar, zegt ze ook: „Ik snap de behoefte aan duidelijkheid wel. Gelukkig worden de testmogelijkheden verruimd, zodat meer mensen getest kunnen worden als ze ziek zijn.”

Friso is toch blij met de kennis: „Ik weet natuurlijk niet of ik immuun ben. Maar collega’s zeggen soms: laat Friso dit maar doen, want die heeft het al gehad. Zo gaat dat. Nu weet ik dat ik antistoffen heb, ook al was ik niet echt ziek.”

Ook Elsje waardeert de kennis. „Het maakt me voorzichtiger. Bij een nieuwe snotneus kon je denken: oh, dit is geen corona, want dat had ik al. Dat is dus niet zo, terwijl de huisarts het echt zeker wist.”

Source: nrc.nl

Geef een reactie