‘De rijke mensen hebben alles al gekocht’ – NRC

Armoede Voor de honderdvijftigduizend armste Nederlanders is het door de coronacrisis moeilijker om aan eten te komen.

De voedselbank in Rotterdam kampt met aanleveringsproblemen door de coronacrisis.
De voedselbank in Rotterdam kampt met aanleveringsproblemen door de coronacrisis. Foto David van Dam

„Stop in elke tas nog een komkommer en wat wortelen”, roept Rahma Hulsman, de baas van de voedselbank in Rotterdam-Zuid. Als een kapitein op een schip stuurt ze de vrijwilligers aan die papieren tassen vullen op de speelplaats voor buurthuis De Arend. Er staat al een zee aan bruine zakken gevuld met voedingsmiddelen, voor 250 arme huishoudens in Rotterdam-Zuid.

De tassen zitten minder vol dan normaal. Dat komt door de coronacrisis, die arme mensen onevenredig zwaar treft, zegt Hulsman. „Door het hamsteren hebben supermarkten bijna geen restpartijen meer. En juist van die restpartijen moeten wij het hebben.” De markt verderop, die normaal ook voedingsmiddelen levert die aan het eind van de dag over blijven, is dicht.


Lees ook: Hulp nodig met koken, zorg of oppassen? Veel Nederlanders bieden helpende hand

Deze week hebben 13 van de ongeveer 180 voedselbanken noodgedwongen hun diensten (tijdelijk) gestaakt. Het ministerie van Landbouw heeft samen met de gemeenten en Voedselbank Nederland een actieteam opgericht om ervoor te zorgen dat de voedseluitgifte verder kan gaan.

Donderdag deed minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, D66) een dringende oproep aan gezonde Nederlanders om zich te melden als vrijwilliger. „Juist de kwetsbaarste groepen in onze samenleving moeten in deze tijden niet zwaarder getroffen worden”, zegt hij op de site van de rijksoverheid.

Voedselbanken moeten het van restpartijen hebben, maar door hamsteren zijn die er nauwelijks meer. Foto David van Dam

Hamsteraars

Bij de Nederlandse voedselbanken treffen minderbedeelde Nederlanders hardwerkende vrijwilligers die alles op alles zetten om hen te helpen, maar in de buitenwereld is van solidariteit nu soms weinig te merken. Laatst zag Eddo Lokken (71), gepensioneerd snoepschepper uit Groningen, een man met zes pakken wc-papier in de supermarkt en werd het hem even te veel. „Jij ben zeker goed in de schijterij”, beet Lokken hem toe. „Flinke vent, zoals je loopt te grijnzen met al dat toiletpapier.” Drie winkels was Lokken al afgegaan, want zijn eigen rollen waren op. De hamsteraar: „Bemoei je er niet mee.”

Lokken verkocht vijftig jaar lang Haribo-snoep op markten en braderieën, maar scheidde en ging met pensioen en komt nu niet goed rond van zijn AOW. Hij heeft 30 euro per week om van te leven en 20 euro extra voor zijn kleine autootje, waarmee hij bijna wekelijks naar het Martini-ziekenhuis gaat voor onderhoud aan zijn verbrijzelde knie. Bij de voedselbank in Groningen haalt Lokken sinds drie jaar elke week basisbenodigdheden. „Brood, aardappelen, maar bijvoorbeeld geen koffie, geen thee, geen zeep, geen scheermesjes.”

Mensen met weinig geld kunnen in deze tijd geen zekerheid kopen, zegt een gescheiden moeder van drie kinderen die moet rondkomen van de voedselbank en 50 euro, die ze wekelijks krijgt. Ze wil anoniem blijven: „Naar de voedselbank gaan is schaamtevol.” Deze week stond ze meerdere keren voor lege schappen: geen brood, geen ingeblikte tomaten, geen rijst. Terwijl ze die drie voedingsmiddelen heel veel gebruikt. „De rijke mensen hebben alles al gekocht.” Hopelijk worden mensen zich ervan bewust dat hun daden altijd gevolgen hebben voor anderen, zegt ze, ook als dat niet zo voelt. „Heb ik wel genoeg eten voor mijn kinderen”, vraagt ze zich af.


Lees ook: Dit maken de mensen in de frontlinie van de corona-epidemie mee

Tasjes op de stoep

„Waar maken rijke mensen zich nu eigenlijk zorgen over? Berovingen?”De voedselbank van Rahma Hulsman begon twintig jaar geleden, nadat ze hoorde dat haar buurvrouw, aan wie ze nooit iets had gemerkt, brood stal bij de supermarkt omdat ze het niet kon betalen. Het begon met een paar tasjes die ze gewoon voor haar huis op de stoep zette. Toen daar veel vraag naar bleek te zijn, breidde ze haar initiatief steeds verder uit. De voedselbank die Hulsman runt is islamitisch en het eten is halal, maar ook niet-moslims zijn welkom. Als er eens in de maand vlees wordt uitgedeeld dan is dat halal. Hulsman vreest dat zij meer klanten gaat krijgen als de coronacrisis lang aanhoudt, omdat veel mensen dan hun baan verliezen.

Rachid Abdellati komt net aanrijden met een lading komkommers, meirapen en wortelen. Hij stond altijd met een aantal kramen op de nabijgelegen Afrikaandermarkt, die nu dicht is. Hulsman heeft hem gevraagd om spullen voor haar voedselbank in te slaan. Ze kan die nu nog betalen van de donaties die ze krijgt. „Binnenkort moet ik hier zelf mijn eigen eten komen halen”, zegt Abdellati. Zijn stem klinkt vrolijk, maar hij maakt zich grote zorgen. De man die elke dag om vijf uur vertrok om op tijd met groente en fruit op de markt te staan en ’s avonds nooit voor zeven uur thuis is, heeft nu ineens geen baan.

Foto David van Dam

Saamhorigheid

Het lukt het gros van de voedselbanken op dit moment nog om de voedselvoorziening voort te zetten. „Dat is mede dankzij lokale initiatieven waarin voedselbanken, gemeenten en andere partijen elkaar vinden om de uitgifte van voedselpakketten te garanderen”, schrijft de rijksoverheid in het bericht op haar site. „Zo werkt bijvoorbeeld de Voedselbank in Groningen actief samen met lokale horecaondernemers.”

In Rotterdam ziet Rahma Hulsman juist in deze tijd ook veel saamhorigheid. Toen ze gisteren met haar handen in het haar zat omdat ze geen babypoedermelk kon vinden voor haar ‘klanten’ met baby’s, hielp de eigenaar van de Jumbo in Delfshaven haar uit de brand. Ze kon een flink aantal pakken gratis bij hem ophalen.

„Sommige mensen zijn egoïstisch, maar ik denk niet dat ze het door hebben”, zegt Terresia Helweg (45) uit Groningen voorzichtig optimistisch. Ze heeft een tweeling van 18 „die behoorlijk wat wegeten” en leeft van 50 euro per week en de voedselbank. Haar vrienden met weinig geld zijn in paniek, zegt ze. Wat als de voedselbank dichtgaat? „Ik denk dat mensen in mijn doelgroep – de armere mensen – elkaar gaan helpen. Dat doen we normaal ook, als ik het niet red eet ik mee met een vriendin.” Op sociale media ziet ze dat „rijkere mensen aan het koken zijn voor de minderbedeelden”. Is ze eigenlijk bang om ziek te worden? „Ik maak me meer zorgen over het geld voor de beveiligingsopleiding van mijn zoon, die kost volgend jaar 2000 euro.”

Hulsman heeft van tevoren klanten gebeld om uit te leggen dat niet iedereen tegelijk welkom is vanwege het advies om anderhalve meter afstand te houden. Grote gezinnen tussen vier en vijf uur, kleine gezinnen tussen vijf en zes. Alleenstaanden daarna. Maar om half vijf krioelen mensen door elkaar. Een deel van haar klanten komt uit het asielzoekerscentrum Beverwaard. Ze spreken vaak nog geen of slecht Nederlands. Ook mensen uit de buurt hebben niet altijd toegang tot de juiste informatie. Rahma Hulsman probeert de menigte in goede banen te leiden: „Lieve mensen, afstand houden!”

Source: nrc.nl

Geef een reactie