De boa worstelt met aangescherpte regels: ‘Excuses voor de verwarring’ – NRC

Reportage

Op pad met boa’s De gedeeltelijke lockdown zorgt op straat voor veel onbegrip, verwarring en soms boosheid. Een paar uur op stap met boa’s in Rotterdam.

Filimon Gebremeskel (rechts) en zijn collega zijn buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) in Rotterdam. Tijdens hun dienst instrueren ze burgers over het correct opvolgen van de maatregelen.
Filimon Gebremeskel (rechts) en zijn collega zijn buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) in Rotterdam. Tijdens hun dienst instrueren ze burgers over het correct opvolgen van de maatregelen. Simon Lenskens

Vrijdag 15.50 uur

„Mag ik hier roken, meneer?” Jazeker, antwoordt handhaver Filimon Gebremeskel (36) de twee oudere dames. Ze zitten naast elkaar op een bankje in winkelcentrum Hesseplaats in de Rotterdamse wijk Ommoord – lekker in de najaarszon. „Wat voor werk heeft u eigenlijk?”, vragen ze. Gebremeskel stapt dichterbij. „Wij controleren of iedereen zich aan de coronaregels houdt”, legt hij uit. „U bent van hetzelfde huishouden?” Ja, knikt een van de dames – licht weifelend. Van de ander mag de handhaver dan wel weer wat afstand nemen. Ze steekt een sigaret op en vraagt: „Mag ik even ademen”?

De vrijdag na de gedeeltelijke lockdown surveilleert Gebremeskel met een collega door de stad. In een steekwerend vest van tweeënhalve kilo, met bodycam, handboeien en portofoon. Houden mensen zich aan de anderhalve meter en het verbod op groepsvorming? Is de horeca écht gesloten en verkoopt men geen alcohol na acht uur ’s avonds? NRC mag mee, samen met een ambtenaar van de afdeling communicatie.

Lees de Veiligheidscolumn Coronacrisis maakt van de boa de nieuwe wijkagent

De coronatijd is lastig voor buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s), zegt Gebremeskel. Boven zijn wegwerpmondkapje een kalme blik, twee fonkelende oorbellen en gemillimeterd haar. „Veel mensen hebben een eigen mening. De een is bang voor corona, de ander denkt dat het niet bestaat. Onze boodschap is: we willen voorkomen dat het virus zich verspreidt.” Liefst met een goed gesprek, als het moet met een boete.

16.20 uur

Drie jongens staan dicht bij elkaar voor een pinautomaat in de Hesseplaats. „Je mag niet fietsen in het winkelcentrum”, zegt Gebremeskel. „En weten jullie waarom je afstand moet houden?”, vraagt hij. „Rutte heeft gezegd vier!”, roept een van de jongens nors terug. Dat is inderdaad de maximale groepsgrootte. Ze krijgen alleen een vermaning – verderop springen ze weer op de fiets. Via de portofoon geeft Gebremeskel hun signalement door. Als het collega-boa’s in de buurt lukt de jongens te pakken, gaan ze op de bon: 55 euro plus 9 euro administratiekosten.

Foto Simon Lenskens

16.45 uur

Met een leeg winkelmandje op wielen surveilleren de boa’s door de Jumbo. Als het in winkels te druk is, spreken ze de bedrijfsleider aan, vertelt Gebremeskel. ‘In deze winkel zijn maximaal 135 personen toegestaan’ staat op een A4’tje bij de ingang. Maar is dertig personen in één ruimte sinds deze week niet het maximum? vraagt de verslaggever. Dat is waar, denkt Gebremeskel. Er ontstaat verwarring in de Jumbo. „De regels zijn aangescherpt”, zegt de boa tegen Jumbo-teamleider Julian Provily. „Serieus, mogen er nog maar dertig mensen binnen?”, reageert Provily geschrokken. „Dat zal de baas niet fantastisch vinden”, zegt een andere Jumbo-collega. Ze rekenen nu met één klant per tien vierkante meter. Snel zoekt de communicatieambtenaar op haar telefoon de RIVM-regels op. Ah, voor ‘doorstroomlocaties’ – zoals supermarkten – geldt dat maximum van dertig niet. „Excuus voor de verwarring”, verontschuldigt zich Gebremeskel tegen het personeel. „De regels zijn ook ingewikkeld.”

18.40 uur

Het bier vliegt de supermarkt uit in de Lusthofstraat in de wijk Kralingen. „Niet teveel drinken, he”, zegt Gebremeskel tegen twee studenten met drie kratten. „Nee, dat is voor mijn maten”, luidt het antwoord.

„Die studenten hebben gewoon overal schijt aan”, reageert wijkbewoner René Ter Haar (65) vanuit zijn scootmobiel. „Met zijn vijftigen, zestigen in één ruimte. En maar lekker zuipen en bla bla bla.” Huisfeestjes proberen de boa’s te voorkomen, zegt Gebremeskel. Maar ‘achter de voordeur’ kunnen ze niet zomaar handhaven.

Foto Simon Lenskens

19.05 uur

Tot buiten de Chinese snackbar ’t Oosten in de Lusthofstraat staan de klanten keurig in de rij. Maar binnen staan iets te veel wachtenden, vinden de boa’s. Gebremeskels collega wil er wat van zeggen. Dat is nog lastig met alle coronapreventiemiddelen. „Bent u de eigenaar?”, vraagt hij tot twee keer toe met mondkapje op. Vragende blikken achter het doorzichtige plastic dat voor de toonbank hangt. „Wát wilt u? Een hamburger?”

19.45 uur

Hee, het lijkt alsof er klanten komen uit restaurant-wijnbar 1NUL8 aan de Meent in het centrum. Binnen zien de handhavers mensen aan een tafel, die op hun beurt de boa’s van buiten naar hen zien kijken. Gebremeskel informeert bij collega’s via zijn portofoon. Die hebben het vanavond al gecheckt, het is alleen een afhaalservice en personeel. „Kom we gaan,” zegt Gebremeskel snel. „Onze controles moeten geen overkill worden.”

19.55 uur

Pal voor het stadhuis aan de Coolsingel zitten de scholieren Jaidy, Zuby en Donald naast elkaar. „Weet je waarom we jullie aanspreken?”, vraagt Gebremeskel. Voor die anderhalve meter, denken ze. „Geldt dat ook onder de achttien dan?”, vragen ze. Ja dus. „Maar meneer,” durft de 15-jarige Jaidy de handhavers te vragen, „hoe komt het dan dat ze wel met duizenden in scholen rondlopen?” „Ik ben geen deskundige”, zegt Gebremeskel. „Maar jullie hebben toch ook ouders. Die kunnen jullie zo besmetten. Wil je dat op je geweten hebben?” Het blijft bij een officiële waarschuwing: hun identiteit en de bevindingen worden opgeslagen. De volgende keer krijgen ze een boete.

Lees ook ‘Je kan niet alles op de schouders van de boa leggen’

Foto’s Simon Lenskens

20.05 uur

Twee jongedames op het Stadhuisplein worden betrapt op een leugentje. Ze staan niet op hetzelfde woonadres ingeschreven, en vormen dus niet één huishouden. Waarom houden ze dan geen afstand? „We zijn net zusjes”, verexcuseert de ene zich. Ze doen allebei de lerarenopleiding en zijn collega’s bij de Bijenkorf, op de afdeling herenmode. „Als u ooit nog iets nodig heeft?” Ook zij krijgen een officiële waarschuwing. „Ik bouw liever een stukje vertrouwen op”, legt Gebremeskel uit.

20.30 uur

In het donkere winkelcentrum De Lijnbaan is de sfeer grimmiger na sluitingstijd. Groepjes jongeren blijven rondhangen, sommigen reageren agressief op de boa’s. Een jongen slaat uit frustratie tegen een winkelruit en roept iets onverstaanbaars na. „Dat wordt allemaal geregistreerd”, zegt Gebremeskel. „De volgend keer komt hij zichzelf tegen.”

Het zijn te veel groepen bij elkaar vinden, de boa’s. „Dan gaan we ‘schrijven’. Dan is het preventieve voorbij en treden we repressief op.”

20.50 uur

De eerste groep jongens die passeert – vijf mbo-studenten – kan het niet geloven. Een boete van 95 euro de man? De eerste keer krijg je toch altijd een waarschuwing? Boos gaan ze in discussie met de boa’s, die maar voortduurt en venijnig wordt. Dit is niet eerlijk, vinden ze. Het is zeker omdat ze buitenlands zijn? Hoe hadden zij kunnen weten dat ze buiten afstand moesten houden? „Via de media en social media”, oppert Gebremeskel. „Ja”, zegt er een, „maar er is veel fake news, hè.” Net als bij de scholieren, begint Gebremeskel weer over de ouders. „Weet je niet dat zij een risico lopen?”, vraagt hij een student. Ja, dat weet hij. „Hoe weet je dat dan wel?”, vraagt de boa. Daar komt geen duidelijk antwoord op.

Source: nrc.nl

Geef een reactie