‘China vormt ons al meer dan we denken’ – Volkskrant

Mondkapjes en beloningen voor wie China welgezind is, dreigementen voor wie kritiek uit: de houding van Beijing in de coronacrisis laat zien wat voor wereldleider China kan worden, zeggen sinologen Rana Mitter en Nadège Rolland. ‘Wij westerlingen moeten niet zo naïef zijn.’

Lag China drie maanden geleden nog uitgeteld in de touwen na de klappen van covid-19, nu herpakt het land zich op spectaculaire wijze. Beijing stuurt mondkapjes naar heinde en verre, spoort de hele wereld aan om van China te leren en wie daar iets tegenin brengt, krijgt te maken met grofgebekte diplomaten. Profileert China zich als nieuwe wereldleider? En zo ja, wat voor supermacht wil het dan zijn?

Om het grote Chinese plan voor de wereld te begrijpen, is een kijkje in het hoofd van Beijing nodig. Dat is het dagelijkse werk van sinologen Rana Mitter, professor geschiedenis en politiek van modern China aan de Universiteit van Oxford, en Nadège Rolland, onderzoeker van de Amerikaanse denktank National Bureau of Asian Research. De twee topexperts zien zichzelf als ‘vertalers’ van het Chinese geopolitieke denken, Mitter vanuit de historische context, Rolland vanuit de politieke geschriften. ‘Er is een duidelijke toename in de interesse voor China en zijn rol in de wereld’, zegt Rana Mitter van achter zijn bureau in Oxford via de videoconferentiesite Zoom. Hem wordt tegenwoordig vrijwel dagelijks gevraagd zijn inzichten over China te delen. ‘Het is goed om te zien dat mensen aandacht krijgen voor China’s invloed in de wereld’, zegt ook Nadège Rolland vanuit Princeton, vijf uur vroeger. Samen met de interviewers in Amsterdam en Beijing overspant het gesprek vier tijdzones.

China werpt zich tijdens deze coronacrisis op als de grote probleemoplosser. Hoe doet het land het tot nog toe?

Mitter: ‘De afgelopen drie maanden is de Chinese diplomatie niet erg succesvol geweest. Sommige buitenlandse overheden en instellingen voelden zich onder druk gezet om vriendelijke dingen over China te zeggen (zo drongen Chinese diplomaten er bij de Duitse regering op aan om Beijing openlijk voor zijn covid-aanpak te prijzen, red.). De hoop van Beijing was dat mensen spontaan zouden zeggen: ons beeld van China was verkeerd, we hadden het land meer krediet moeten geven. Maar dat is vrijwel nergens gebeurd, op enkele kleine landen na.’

Rolland: ‘Maar we moeten opletten dat we niet te veel onze eigen ideeën op China projecteren. Als wij ons in een crisis bevinden, zoeken we uit alle macht naar een oplossing. Maar de Chinese Communistische Partij (CCP) heeft altijd het gevoel in crisis te zijn, want ze is inherent paranoïde. De partij gebruikt de coronacrisis vooral als bewijs dat democratie faalt waar de CCP slaagt. Dat was voor covid de tactiek, dat is tijdens covid de tactiek, en dat zal het ook na covid nog zijn.’

Nadège Rolland: ‘Met zijn macht verzekert China zich ervan dat anderen niets meer over het land te zeggen hebben.’Beeld Chantal Heijnen

Het denken van de Chinese top is fundamenteel anders dan dat in westerse hoofdsteden. Om dat Chinese denken te begrijpen, is een duik in de geschiedenis nodig. Volgens Mitter gaan Chinese leiders gebukt onder de erfenis van ‘honderd jaar nationale vernedering’ (1839-1949) in het precommunistische tijdperk. Toen solden westerse grootmachten en Japan met de laatste Chinese keizers. Daarbij komen traumatische herinneringen aan de politieke chaos onder Mao Zedong. Mitter: ‘Vier generaties leiders zijn opgegroeid met het idee dat het systeem elk moment omvergeworpen kan worden of op zijn kop kan worden gezet. Dat maakt ze zenuwachtig, nors, prikkelbaar en in zichzelf gekeerd. En dat maakt de Chinese leiders minder in staat om vol vertrouwen naar de wereld te kijken.’

Ziet u ook een gebrek aan internationale ervaring bij de Chinese politieke elite?

Mitter: ‘De meeste Chinese politici spreken alleen Chinees en maken geen lange reizen buiten China, behalve op officiële trips. Dan zitten ze in vijfsterrenhotels zonder contact met de buitenwereld, want voor informele contacten zijn ze te hooggeplaatst. Het groepsdenken over supermacht dat daaruit voortkomt, is gebaseerd op beperkte inzichten in de ware aard van de wereld buiten China.’

Wat is het effect daarvan op het geopolitieke denken van de Chinese leiding?

Rolland: ‘Toen China economisch en politiek zwak stond, in een groot deel van de 19de en 20ste eeuw, richtte het angstcomplex over vijandige krachten zich naar binnen. De neiging om intern defensief te zijn heeft zich nu uitgebreid naar de rest van de wereld. Het internationale systeem is gebaseerd op wat de CCP het meest vreest: liberaal-democratische principes. Dus richten de Chinese leiders hun interne tactiek nu op dat systeem. Ze beschermen zichzelf door de buitenwereld om te vormen tot een omgeving waarin ze zich makkelijk kunnen verdedigen.’

Is dat wat ze doen tijdens de covidcrisis: niet de rest van de wereld helpen, maar zichzelf verdedigen?

Rolland: ‘De Chinese leiders voelen op dit moment een enorme externe druk. De internationale kritiek op het mismanagement uit de eerste dagen van covid-19 treft immers de belangrijkste mythe, de steunpilaar onder het voortbestaan van de partij, namelijk de competentie van de CCP, die prestaties levert om een heel land trots te maken. Vandaar dat Chinese diplomaten in de verdediging schieten: in deze existentiële crisis is bewijzen dat je opkomt voor de partij het allerbelangrijkste.’

De Chinese diplomaten laten zich op Twitter steeds agressiever uit. Bijvoorbeeld door complottheorieën te verspreiden dat het virus door Amerikaanse soldaten in China is losgelaten. Of door suggesties, na de uitglijder van president Trump, dat sommige mensen inderdaad een ‘injectie met desinfectiemiddel’ zouden moeten krijgen, om hun ‘leugens en haat’ over China te stoppen.

Een vast onderdeel van het Chinese diplomatieke arsenaal is dreigen. Toen de Australische regering opriep tot onafhankelijk onderzoek naar de oorsprong van het virus, hintte de Chinese ambassadeur in Canberra op een consumentenboycot van wijn en vlees uit Australië. Is dat een voorproefje van wereldleider China?

Mitter: ‘Dat is een significant verschil tussen supermacht China en het Britse Rijk of de Verenigde Staten. Die supermachten slaagden erin ruimte te behouden voor meningsverschillen. Dat recht om het niet met elkaar eens te zijn, is in het Chinese systeem afwezig. Wie iets negatiefs zegt over China, riskeert Chinese investeringen mis te lopen.’

Snijdt Beijing zich daarmee niet in de vingers?

Mitter: ‘China vliegt overal maskers in bij wijze van dankbaarheidsdiplomatie. Maar veel westerse landen zien dat als afleiding van het open gesprek dat zij willen voeren over de oorsprong van het virus. Zo ondermijnt Beijing zichzelf. Stel dat er bewijs is dat er iets misging op die markt in Wuhan, dan beweert niemand dat Beijing dat opzettelijk heeft gedaan. Maar omdat China de westerse wereld niet in staat stelt zijn eigen afwegingen te maken, worden veel aspecten van het Chinese handelen in twijfel getrokken.

‘Afgelopen januari liet Groot-Brittannië het Chinese techbedrijf Huawei meedingen naar contracten voor 5G-netwerken. Daar was het Chinese establishment heel tevreden mee. Vier maanden later zie je dat de sfeer in Groot-Brittannië helemaal is veranderd. Landen beginnen zich af te vragen welke prijs ze zullen betalen. Brengen ze zichzelf in een positie waarin ze op hun woorden zullen moeten letten om China niet voor het hoofd te stoten?’

Is dat een terechte angst?

Rolland: ‘Ik denk dat deze crisis illustreert wat voor wereldorde we kunnen krijgen als China een supermacht wordt. Het gaat China niet om het omverwerpen van regeringen of het veroveren van gebieden, maar om informele invloed waarmee je anderen aanspoort om jou iets terug te geven. Dat gaat subtieler dan bij een supermacht in westerse stijl. Wie vriendelijk is en Beijing eerbied betuigt, wordt beloond met cadeaus. Maar wie kritiek uitoefent en tegen Beijings doelen ingaat, wordt onder druk gezet. Kijk naar de dreigementen tegen Australië.’

Mitter: ‘Zelfs mijn meest internationaal ingestelde Chinese gesprekspartners zijn bevangen door een diep emotioneel, romantisch beeld van wat China zou kunnen zijn, als het de ruimte krijgt. Hoe ze ook over de politieke leiding denken, ze zijn oprecht trots op de economie, op de hogesnelheidstreinen en techbedrijven als Huawei. China snakt naar erkenning, respect en lof. Voor de economische prestaties, maar ook omdat die worden geleverd met een volslagen ander politiek systeem, waaraan niets liberaals is.’

We hebben het hier voortdurend over China’s ondergraving van het liberaal-democratische model, maar wie Chinese politieke theorieën leest, ziet alleen maar vredig-vage termen, zoals ‘win-win’ en ‘een gemeenschap van een gedeelde toekomst voor de mensheid’. Is dat een rookgordijn waarachter China stiekem oprukt?

Rolland: ‘Ik denk dat het een vorm van manipulatie is. Terwijl China geduldig zijn invloed uitbreidt, sust het de wereld met geruststellingen. Jullie profiteren van onze economie, jullie worden dankzij ons welvarend en wij dagen jullie politieke systeem niet uit. We integreren ons zelfs in jullie instituties. We doen alles zo goed dat jullie niet eens zien wat ons doel is, namelijk met onze macht verzekeren dat jullie straks niets meer over ons te zeggen hebben. Niet over mensenrechten, niet over het opsluiten van een miljoen burgers in Xinjiang, niet over Hongkong. Hebben we dat voor elkaar, dan is iedereen verlamd, want dan zijn er geen andere opties meer.’

Rana Mitter: ‘Het gaat China niet om het omverwerpen van regeringen of het veroveren van gebieden, maar om informele invloed waarmee je anderen aanspoort om jou iets terug te geven.’Beeld Jochen Braun

Een van de termen die vaak terugkomt, is tianxia, letterlijk: alles onder de hemel. Dat stamt uit de keizertijd, ver voor de 19de-eeuwse vernederingen, toen heel Azië eerbied betuigde aan de Chinese heerser in ruil voor handel en materieel gewin. Is dat het huidige Chinese ideaal?

Rolland: ‘Dat is ook zo’n concept dat ze niet gebruiken omdat ze erin geloven, maar omdat ze het nuttig vinden, als een manier om de wereld anders te organiseren. De hiërarchische orde is duidelijk: China staat aan de top, de rest doet wat China wil, want ze zijn zwakker en kleiner. Ik denk ook dat het concept van ‘eerbied’ een stuk minder abstract is dan we denken. Alleen zeggen dat je China respecteert, is niet voldoende. China wil die nederige eerbied zien in je gedrag. Het is jezelf ondergeschikt maken aan China’s belangen.’

Volgens het principe van tianxia is China het middelpunt van almaar uitdijende ringen. Hoe onderdaniger een land, hoe dichter bij het stralende midden en hoe meer economisch voordeel. Maar wie blijft tegenstribbelen, zoals de VS of veel Europese landen, wordt als ‘barbaar’ gezien en verbannen naar een oord ver buiten de ringen. Hoe zit dat?

Rolland: ‘Je kunt die landen niet veroveren met je goedhartigheid, maar dat maakt niets uit. Er zijn eenvoudiger manieren. Landen als Servië en Hongarije zijn misschien blij met wat bijstand uit China, en dan heb je al verdeeldheid in het democratisch kamp. Dat is genoeg om eendrachtig verzet tegen jouw agressie te voorkomen.’

Wat de CCP betreft kwijnen liberale democratieën vanzelf weg in de barbaarse periferie, terwijl de rest van de wereld opbloeit onder Chinese leiding. Beijing werpt zich steeds nadrukkelijker op als leider van de ‘Global South’, landen die niet tot de gevestigde orde van rijke industrielanden behoren. Het Belt and Road Initiative, het mondiale masterplan voor infrastructuur dat alle handel regelrecht naar China leidt, is de ruggegraat van China’s ambitie van wereldleiderschap.

Vormen die landen dan de route waarlangs China zijn autoritaire model wil verspreiden?

Rolland: ‘Afrikaanse en andere ontwikkelende landen zijn topprioriteit voor Beijing. Beijing toont de Global South dat je geen liberale democratie hoeft te zijn om welvarend te worden. Het is niet zo dat China wil dat iedereen zijn model kopieert en dat overal CCP-klonen opstaan. Maar indirect ondermijnt China de internationale orde. Want die orde is gebaseerd op vrijheid: om een regering te kiezen, te bidden, jezelf uit te drukken. Door dat af te wijzen, vestigt de CCP zichzelf als tegenmodel.’

Bij al die ambities heeft Beijing nu een probleem: de economie is hard geraakt door de corona-epidemie.

Mitter: ‘China’s uitbreidingsmodel was de afgelopen tien, vijftien jaar heel afhankelijk van het idee dat China een onontbeerlijke economische factor zou worden, in Azië maar ook daarbuiten. Als het land niet meer in dat soort onderbouwing kan voorzien, dan wordt China’s aanbod gewoon minder aantrekkelijk. Ik denk dat daarover in Beijing nu ernstig wordt nagedacht.’

Rolland: ‘Een van de zuilen van de legitimiteit van de CCP is zwaar beschadigd. Volgens mij zal dat betekenen dat de partij meer op andere machtsinstrumenten zal leunen: repressie en controle, nationalisme en politieke strijd. De doelstellingen van de CCP zullen niet veranderen, alleen de tactieken.’

Door de covidcrisis is nu wereldwijd wel meer aandacht voor die tactieken. Hoe kunnen wij daar als Europese landen het best mee omgaan?

Rolland: ‘China wil eenheid voor zichzelf en verdeeldheid voor de rest. Beijing denkt zero-sum: als jij leeft, sterf ik. Wij westerlingen moeten niet zo naïef zijn. Stop met de goedbedoelde denkramen over de beweegredenen van de CCP, blijf niet hangen in het idee dat we China kunnen vormgeven, want China vormt ons al meer dan we beseffen. Beijing vertelt het ons nota bene zelf: begin nou eens te begrijpen dat we sterk zijn en van jullie verschillen.

‘Europese landen moeten hun eigen belangen veiligstellen en opkomen voor hun waarden. In deze concurrentiestrijd tussen systemen moeten we tegenwicht bieden aan de agressieve Chinese publieksdiplomatie. Toon dan dat onze samenlevingen ook goed functioneren in tijden van crisis! Het is ongelofelijk dat de EU niet te koop loopt met de hulp die het getroffen landen geeft.’

Mitter: ‘De laatste vijf tot tien jaar is de liberale wereld minder zeker geworden van zijn liberale waarden. Tijdens de veiligheidsconferentie in München in februari ging veel aandacht uit naar het afsterven van westerse democratieën. Een Chinese politicus die staat voor het redelijke, Engelssprekende geluid van de CCP, vroeg: waarom hebben jullie westerlingen zo weinig vertrouwen in jullie eigen systeem?’

Rolland: ‘Zelfs als China ons als incompetent voorstelt, hebben democratische, geavanceerde industriële landen veel dat China zou willen hebben. Misschien kunnen de barbaren zich realiseren hoeveel voorsprong ze nog hebben, in plaats van zich zwak en verdeeld te voelen.’

Mitter: ‘Ik denk dat we soms te somber zijn. Als de VS, de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk samen een liberaal front overeind houden, kunnen de Chinezen daar niets tegen doen. Het is aan de liberale wereld om betere liberalen te zijn. Om te zorgen dat de scenario’s die wij sinologen hier beschrijven, niet uitkomen.’

Nadège Rolland

2014-nu: hoofdonderzoeker bij denktank National Bureau of Asian Research, Washington DC.

2005-2007: master strategic studies, Rajaratnam School of International Studies, Singapore.

1994-2014: onderzoeker en gezant bij het Franse ministerie van Defensie.

1989-1994: studie Mandarijn en China studies, Institut National des Langues et Civilisations Orientales, Parijs.

Rana Mitter

2001-nu: professor geschiedenis en politiek van modern China, Universiteit van Oxford, onderzoeker St Cross College.

1999-2000: lector geschiedenis, Universiteit van Warwick.

1996-1998: lector moderne Chinese politiek, Universiteit van Oxford.

1988-1996: studie Mandarijn en promotie geschiedenis en politieke wetenschappen, Universiteit van Cambridge.

Source: volkskrant.nl

Geef een reactie