Skeletten van ratten onthullen het leefgebied van de mysterieuze ‘Hobbit’

De mensachtige blijkt een voorkeur te hebben gehad voor groene velden.

In 2003 ontdekten onderzoekers op het Indonesische eiland Flores een nieuwe mensachtige: Homo floresiensis, beter bekend als ‘de hobbit’. Deze bijnaam heeft de mensachtige te danken aan zijn geringe lengte; Homo floresiensis werd slechts iets meer dan 1 meter lang. En misschien is deze bijnaam wel toepasselijker dan gedacht. Want de overblijfselen van ratten onthullen dat de mensachtige een voorkeur had voor gras.

Homo floresiensis. Afbeelding: Peter Schouten

Ratten
Homo floresiensis leefde ongeveer 190.000 tot 50.000 jaar geleden op het Indonesische eiland. De kleine mensachtige deelde het eiland met dieren die zo afkomstig zouden kunnen zijn uit Tolkins boeken: gigantische Komodo-draken, twee meter grote ooievaars, gieren met een spanwijdte van twee meter en een soort kleine olifant met enorme slagtanden. Maar de onderzoekers schoven deze bijzondere dieren even terzijde en concentreerden zich op… ratten.

Grot
De studie is gebaseerd op overblijfselen die zijn gevonden uit een kalkstenen grot beter bekend als Liang Bua. Hier zijn ook resten van de Homo floresiensis aangetroffen, samen met stenen werktuigen en skeletten van dieren. Maar 80 procent van de 275.000 botten die tot nu toe in de grot zijn aangetroffen, blijken afkomstig te zijn van knaagdieren. De onderzoekers gebruikten deze resten om meer te weten te komen over de uitgestorven mensachtige. “Omdat kleine zoogdieren doorgaans gevoeliger zijn voor ecologische verschuivingen, kunnen ze veel vertellen over wat er in de omgeving aan de hand is,” licht onderzoeker Elizabeth Grace Veatch toe.

Botten
De onderzoekers bogen zich over 10.000 botten van ratten uit de Liang Bua grot. Ze identificeerden vijf verschillende soorten variërend van kleine muisjes tot enorme reuzenratten. Vervolgens konden de onderzoekers de knaagdieren koppelen aan verschillende leefomgevingen. Zo geeft de middelgrote Komodomys rintjanus bijvoorbeeld de voorkeur aan open grasland met hier en daar een bosje, terwijl de kleine R. Hainaldi en de reusachtige P. armandvillei juist kiezen voor beboste gebieden.

De geclassificeerde muizen uit de studie. Afbeelding: uit paper

Bevindingen
Uiteindelijk kregen de onderzoekers dankzij de ratten een goed beeld van omgeving. Zo blijkt dat het leefgebied rondom de grot 100.000 jaar geleden voornamelijk bestond uit open grasland en ongeveer 60.000 jaar geleden veranderde in dichte bebossing. Rond dezelfde tijd verdween ook de Homo floresiensis uit de grot. “Het suggereert dat Homo floresiensis een voorkeur gaf aan meer open gebieden,” zegt Veatch. “We denken dat Homo floresiensis – toen zijn leefgebied veranderde in bos – waarschijnlijk de grot verliet en zich verplaatste naar meer open gebieden elders op het eiland.”

De studie is de eerste die de botten van ratten gebruikt om ecologische veranderingen door de tijd heen te interpreteren. “Het levert nieuw bewijs over de lokale omgeving ten tijde van Homo Floresiensis,” zegt Veatch. Hoewel het onderzoek meer informatie verschaft over de mysterieuze Homo floresiensis, is er nog steeds veel dat we niet weten. De onderzoekers hopen dat de botten van de ratten meer van deze mysteries zullen ontrafelen.

Ga naar Scientias

Geef een reactie