NRC checkt: ‘Huidige meerderheid voor Remain zal gestaag groeien’

De aanleiding

In publieke debatten over de Brexit wordt regelmatig betoogd dat het Verenigd Koninkrijk binnenkort (of zelfs nu al) in meerderheid tegen een Brexit is. Dat zit zo: de ouderen die overlijden stemden in 2016 overwegend pro-Brexit, terwijl de generatie die de kiesgerechtigde leeftijd bereikt veelal pro-EU is. Bij een eventueel nieuw referendum maakt Leave dus veel minder kans. SER-kroonlid Barbara Baarsma opperde het onlangs bij De Wereld Draait Door. Columnist Simon Kuper schreef er meermalen over in FT en FD, met als meest uitgebreide toelichting deze uit november 2018: ‘En elk jaar worden bijna 700.000 overwegend pro-Europese Britten achttien jaar, terwijl zo’n half miljoen overwegend anti-Europese ouderen overlijden, zodat de huidige ‘Remain’-meerderheid in de peilingen gestaag zal groeien.’ Dit is de bewering die we checken.

Waar is het op gebaseerd?

Simon Kuper heeft het zelf becijferd, vertelt hij, met een keur aan verwijzingen naar demografische statistieken en peilingen over het stemgedrag van Britten. Een bijdrage van de Britse journalist en oud-opiniepeiler Peter Kellner in The Independent duikt ook vaak op. Hij komt stap voor stap tot eenzelfde conclusie als Kuper.

En, klopt het?

De basiscijfers wel. Er overlijden ongeveer 500.000 Britten per jaar en er worden op dit moment circa 700.000 mensen per jaar achttien, zo blijkt uit overheidsdata.

Er zijn echter geen keiharde data over wat jongeren en ouderen hebben gestemd en wat de opkomst naar leeftijdsgroep was in 2016. Tijdens de stembusgang worden dat soort zaken niet vastgelegd dus de cijfers erover zijn afkomstig uit peilingen, die niet altijd eenduidig zijn. Grofweg blijkt dat jongeren voor 70 tot 80 procent Remain hebben gestemd en 65-plussers voor 60 tot 70 procent Leave.

Ander punt van aandacht: Kupers becijfering gaat er vanuit dat er ondertussen niets verandert, in het maatschappelijk klimaat, op het wereldtoneel of bijvoorbeeld in de economie (denk: recessie).

Dergelijke ontwikkelingen kunnen grote invloed hebben op uiteindelijke politieke voorkeuren en stemgedrag, zegt Maria Sobolewska, hoogleraar politicologie in Manchester. „In de jaren 60 werd uit demografische trends afgeleid dat er wereldwijd een grote toekomst zou zijn voor linkse partijen. Dat pakte anders uit.”

Sobolewska bekeek met collega Rob Ford ook de Brexit-demografie en acht de beweging die Kuper beschrijft zeer aannemelijk, puur op demografische gronden. Alleen: die blik sluit te veel onzekerheden uit om het als solide voorspelling te kunnen presenteren.

Er is ook een statistisch bezwaar: er vallen niet alleen aan de bovenkant dode mensen weg terwijl er aan de onderkant jonge mensen bijkomen. Binnen de gehéle populatie vinden verschuivingen plaats. Je moet dus ieder leeftijdscohort nauwkeurig bestuderen. De bovenkant met de onderkant verrekenen is onvoldoende.

Ook worden mensen gedurende hun leven doorgaans conservatiever en is er geen reden aan te nemen dat dit voor deze generatie van achttienjarige Britten anders is. Kuper stelt dat de jonge generaties niet de erfenis van de oorlog en het grote Britse rijk meetorsen. Daardoor, en vanwege ‘de pijnlijke Brexit-les’, staan zij volgens hem fundamenteel positiever tegenover de EU.

Conclusie

Vooropgesteld: in de toekomst kijken is onmogelijk. Als je nu de wereld zou stopzetten en alleen naar de demografische trends kijkt, valt best aannemelijk te maken dat het VK de komende jaren pro-Europeser wordt. Maar politieke voorkeur en stemgedrag worden door veel meer (onzekere) factoren bepaald dan alleen demografie. We beoordelen de stelling daarom als: niet te checken.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt

Ga naar NRC

Geef een reactie