UWV: te veel fouten door artsen en arbeidsdeskundigen

Artsen en arbeidsdeskundigen bij uitkeringsinstantie UWV maken nog te veel fouten bij het beoordelen van wat voor werk mensen met een beperking of ziekte kunnen doen. Dat meldt dagblad Trouw maandag, op basis van interne UWV-rapporten die de krant heeft opgevraagd.

Trouw kreeg via een Wob-procedure inzage in rapporten uit 2015, 2016 en de eerste helft van 2017. Daaruit valt op te maken dat 35 tot 45 procent van de arbeidsdeskundigen een voldoende kreeg. In 2018 steeg dat naar 50 tot 80 procent, maar het is nog ver onder de norm van 95 procent die het UWV met de arbeidsdeskundigen heeft afgesproken.

Zo stond in een document uit 2017 over de kwaliteit van beoordelingen van jonggehandicapten dat “de vakinhoudelijke kwaliteit van de arbeidsdeskundige” te wensen over laat. Bij een op de drie dossiers viel het te betwijfelen of de beoordeling wel goed was. Bij de fouten in de dossiers gaat het bijvoorbeeld om te weinig onderbouwing van keuzes door de deskundigen, maar ook om verkeerd ingevulde opleidingsniveaus of andere gegevens. In een ander rapport, over een toets na een jaar ziekte (de CWIAb), staat dat er in 50 procent van de getoetste dossiers kans is op een onterecht toegekende uitkering.

“We zijn er nog niet”

In een reactie aan NRC erkent het UWV dat de kwaliteit “een terugkerend punt van zorg” is. De organisatie heeft maatregelen getroffen in het opleidingstraject en de overleggen met de arbeidsdeskundigen, in de hoop de kwaliteit van beoordelingen te verbeteren. “We zien het afgelopen jaar een verbetering, maar we zijn er nog niet.”

Wel wijst het UWV erop dat de fouten niet altijd leiden tot onjuiste beslissingen over de mate van arbeidsongeschiktheid. Tegenover Trouw verklaart directeur innovatie en professionalisering Ronald Broeders dat de artsen en deskundigen ziektebeelden soms anders inschatten en dat de interne onderzoeken met opzet op fouten inzoomen.

Ga naar NRC

Geef een reactie